eHealth = subsitutie, maar hoe doe je dat?

Onlangs zei Wim de Ridder, hoogleraar toekomstverkenning en toekomstonderzoek aan de Universiteit Twente in Mednet dat ziekenhuizen niet blij zijn met sommige onderdelen van ehealth zoals 24-uursmonitoring op afstand. Een voorbeeld van substitutie die bij hen tot omzetverlies leidt. Ziekenhuizen zullen dus ook niet staan te springen om deze innovatie te omarmen. Hoe zorg je ervoor dat eventuele op korte termijn negatieve gevolgen van substitutie voor organisaties ehealth-innovatie niet in de weg staan?

Volgens Sytske de Vries (ZN) is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle ehealth-toepassing dat het juist tot substitutie van zorg leidt. Zorgverzekeraar De Friesland schrijft: “ehealth heeft grote potentie, mits goed ingezet. Het draagt (dan) bij aan substitutie naar eenvoudiger maar zeker zo effectieve en efficiënte vormen van zorg.” De NIA ehealth hanteert het uitgangspunt nieuw voor oud: ehealth wordt ingezet in plaats van of ter voorkoming van gebruikelijke zorg, en niet er bovenop – dus ook hier substitutie. Volgens De Vries kan ongeveer 20 procent  van de zorg vervangen worden door eHealth. Veel aanbod zal gaan extramuraliseren en alleen of samen met de eerste lijn door het ziekenhuis worden aangeboden.

Hoe?

De NZA schrijft in haar ‘Advies Substitutie Huisartsenzorg en Ziekenhuiszorg op de juiste Plek’: “In de huidige bekostiging maken een vijftal categorieën van prestaties substitutie mogelijk:

  • Modernisering en Innovatie (M&I) modules en verrichtingen;
  • Geïntegreerde Eerstelijns Zorgproducten;
  • Integrale bekostiging multidisciplinaire chronische aandoeningen;
  • Overige zorgproducten;
  • Beleidsregel innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties.”

Bij de zorginkoop zijn er volgens de NZA een aantal mogelijkheden om te sturen op substitutie:

  • De functionele beschrijving van de te verzekeren prestaties in de Zorgverzekeringswet biedt ruimte voor het sturen van ‘zorg op de juiste plek’. De functionele beschrijving regelt de inhoud en omvang van zorg en eventuele indicatiegebieden. ‘Wie’ de zorg levert, en ‘waar’ dit gebeurt, behoort hierbij tot de verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraars.
  • Zorgverzekeraars kunnen substitutie bevorderen door selectief in te kopen. Prijs, volume en kwaliteitsafspraken kunnen in een contract opgenomen worden tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders.
  • Verzekeraars kunnen middels regionale afspraken het ‘budget’ (de maximale schadelast) verdelen over zorgaanbieders in eerste en tweede lijn. Dit vereist geïntegreerde inkoop van huisartsenzorg en ziekenhuiszorg door zorgverzekeraars.
  • Als onderdeel van de kwaliteitsafspraken kunnen afspraken over het aantal doorverwijzingen worden meegenomen, zodat het (onnodig) doorverwijzen van eerste naar tweede lijn voorkómen kan worden.

Wie gaat dat betalen?

Dé eigenschap van substitutie is dat iets vervangen wordt door iets anders. Dan worden ‘wie’ en ‘waar’ juist erg belangrijk. De ‘Wegwijzer tijdelijke en structurele financiering eHealth’ zegt hierover: “De andere kant van de innovatiemedaille is dat ook gekozen moet worden welke bestaande activiteiten niet meer worden gedaan of anders worden georganiseerd.” En, dat nieuwe is vaak goedkoper. Dus wordt er door mensen en organisaties die de traditionele vormen van zorg leveren ingeleverd: minder vaste activa, minder middelen, minder personeel en vooral ook minder omzet en minder loon. Als substitutie optreedt, verdwijnt (in de 2e lijn) de dekking voor vastgoed, die opgenomen zit in de productprijs.

Overbrugging

Minder loon en minder omzet kunnen de meeste mensen en organisaties niet direct verwerken. Mogelijk dat zij door de groei van de zorgvraag, waaraan door de vergrijzing vooralsnog geen einde komt, deze daling – gedeeltelijk en met enige vertraging – kunnen opvangen. Omdat er in de zorg geen sprake is van optimale marktwerking, moet worden overwogen om degenen die ‘inleveren’ in staat te stellen om een periode van omzetdaling te overbruggen. Dit kan door opbrengsten van de substitutie te verdelen en door compensatie op vastgoed door zorgverzekeraars. Anders zullen zij onvoldoende bereid en in staat zijn om mee te werken.

Er zijn meerdere partijen nodig om eHealth tot een succes te maken. Al deze stakeholders hebben verschillende verwachtingen, eisen, opbrengsten en kosten. eHealth gaat niet werken als één partij door substitutie alleen maar moet inleveren.

(Deze blog is eerder gepubliceerd op DigitaleZorgGids)

Advertenties

One thought on “eHealth = subsitutie, maar hoe doe je dat?

  1. Pingback: Besparen met ehealth – deel I | Hans ter Brake

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s